S02E11 Stroomversnelling

Gepubliceerd door mark op

Stroomafwaarts vanaf Santa Maria hervatten we onze route richting Ivochote, daar zal de weg ophouden en kunnen we alleen nog per boot verder. Al in Cusco werden we gewaarschuwd voor het gebied waar we in gaan fietsen, veel drugs en aanslagen komen er voor. Het zou er wemelen van de politie. We laten ons niet afschrikken en fietsen toch die kant op. Met de politie valt het mee, maar onveilig voelen wij ons niet. We kunnen wel (bijna) iedere keer binnen slapen en zijn ’s avonds niet onnodig op straat (dat doen we sowieso nooit). Na 50 kilometer begint mijn maag te draaien en we stoppen bij een prachtige waterval met daarvoor een huis/restaurant. Ik denk hier even op adem te komen en weer door te kunnen, maar ik heb het mis. Alle maaginhoud komt er van boven uit en de rest van beneden. Ik voel mij hondsberoerd. Uiteindelijk zet Majlits de tent op in de tuin van de mensen daar, we mogen voor 8 soles blijven kamperen. Ik ben uitgeteld en slaap gelukkig goed. De volgende morgen heb ik nog weinig eetlust. We starten die dag met lichte regen, maar gelukkig klaart het later wel op. We komen al dieper de jungle in. Heel veel dieren komen we onderweg weer tegen, niet alleen de kaketoe en de kolibrie, maar ook een hele grote tarantula en een mega wandelende tak. De natuur is hier overweldigend. In Palma Real en Kiteni treffen we het met de onderkomens. Overigens is de douche hier in de tropen koud, maar dat is alleen in het begin even doorkomen en daarna heerlijk verfrissend. In Kiteni moeten we echt beslissen of we verder fietsen naar de boot, maar die moet dan wel gaan. Eerst vragen we het aan een taxichauffeur, die mannen komen nog eens ergens en weten daardoor veel. Hij vertelt ons dat het mogelijk is! We gaan nooit af op 1 advies, dus besluiten we ook langs de politie te gaan. Wie kan ons nu nog betrouwbaardere informatie geven dan zij. We krijgen een uitgebreide beschrijving op een A4tje, met zelfs wat richtprijzen. Van Ivochote naar Camisea, dan naar Sepahua en uiteindelijk de laatste boot naar Atalaya. Dit wordt weer avontuur! De laatste ruim 50 kilometer om de boot te bereiken zijn voor het eerst onverhard hier in Peru, tot nu toe hebben we netjes asfalt gehad. Heel veel riviertjes stromen over de weg en we moeten tot twee keer toe door het diepe water waden met de voortassen aan het stuur. Ik maak later nog een fout door hard een modderplas in te fietsen, helemaal bruin ziet alles. We komen rond half vier aan in de laatste plaats op de kaart in noordelijke richting. In het wederom prachtige hostel ontmoeten we een stel uit Peru die op vakantie zijn en morgen ook gaan varen. Twee mensen vertellen ons dat we kaartjes kunnen kopen de volgende morgen om vijf uur. Vroeg de wekker en we zien ook het andere stel, maar schippers en activiteit rondom de boten zien we niet. Iedereen in Zuid Amerika is vroeg wakker, de dame van het winkeltje vertelt dat zo rond de klok van 7.00 uur we meer kans maken. We kruipen nog even in bed en gaan rond die tijd weer kijken, nog niks. Dan maar even ontbijten en als we vervolgens terug lopen naar het hostel is iedereen ons aan het zoeken. De boot gaat zo! Snel de spullen pakken en alles aan boord. We zitten met een man of 24 op de boot, dus zo rustig is het niet. Met een kilometer of 30 per uur schiet de boot met de stoom mee richting het noorden. Plots wordt de helft van de mensen uitgeladen met wat bagage en komt er plastic zeil tevoorschijn. Wat gaat er nu toch weer gebeuren? Het blijkt dat we een gevaarlijk smalle doorgang langsgaan waar het water wild is en dat zullen we weten. Het klotst alle kanten op en de boot klapt op het vele kolkende water in de doorgang Pongo de Mainique. Aan weerszijden komen watervallen naar beneden wat het een pracht plaatje maakt. Na de doorgang worden wij afgezet en haalt de schipper de rest van de mensen op die zijn achtergebleven. De fietsen blijven aan boord en maken dit spektakel dus drie keer mee. Na ruim 120 kilometer bereiken we het afgelegen Camisea, waar we Kerstavond vieren met een lekker flesje rode wijn. De volgende ochtend staat de start om 7.00 uur gepland, maar vertrekt de boot uiteraard met de nodige vertraging. We moeten zelfs op het laatste moment nog een keer terug om een dame op te halen die nog in het haventje staat. Ook naar Sepahua is het iets meer dan 120 kilometer varen. De rivier wordt breder, waardoor het minder onstuimig is dan gister. Gaaf is het om te zien dat een rivier zeker niet een vlak oppervlakte heeft, zo nu en dan zie je gewoon een knik in het water bij de vele stroomversnellingen. Het tweede traject gaat snel en rond de klok van 13:00 uur komen we aan. Sepahua is wat groter en we treffen zelfs een hostel met WiFi. Hierdoor kunnen we de familie even spreken met Whatsapp en ze live prettige Kerst wensen. Heerlijk is dat, dit maakt de wereld toch weer klein! Met eerste Kerstdag eten we heerlijk bij de “Chifa”, dit is een mix van de Peruaanse- en Chinese keuken. We genieten volop van dit eten met de nodige groenten, die zijn doorgaans tussen de rijst en kip ver te zoeken. Tweede Kerstdag is een heerlijk relaxte rustdag. Ik onderneem nog één uitje door met de motor-taxi naar een uitkijkpunt te gaan. Als we daar aankomen begint het hard te regenen en maakt de bestuurder van de taxi een paraplu van grote bladeren voor mij. Uiteindelijk blijkt dat de weg naar de top van de berg, waarvan we konden uitkijken over de stad, is weggeslagen door regenval. De ultieme foto van Sepahua blijft hierdoor uit, dan maar terugkijken op Google Earth, want een bijzondere stad blijft het. We eten ook de tweede avond bij ons favoriete restaurant de Chifa. Omdat ze daar geen bier verkopen, wat wij lekker vinden bij Chinees eten, nemen we dit zelf mee. Daar zitten ze hier niet mee. We hebben die dag aan drie mensen gevraagd hoe laat de boot morgen naar Atalaya gaat, alle drie zeggen rond de klok van 6.00 uur in de ochtend. We zetten de wekker op beide telefoons om er zeker van te zijn dat we ons niet verslapen. We zijn als eerste bij de boot en de fietsen worden voor ons ingeladen helemaal achterin de boot. We gaan met stromende regen weg, maar gedurende de tocht wordt het droog en hebben we goed zicht op de rivier die steeds breder wordt. Ik raak in gesprek met Victor uit Sepahua en hij vertelt dat er maar liefst zes talen worden gesproken in het stadje met zo’n 7.000 inwoners. Op het laatst heeft hij een hele map getekend om de provincie en al zijn rivieren uit te leggen en komen we erachter dat ze het hier in de jungle over winter hebben als het regentijd is (wij dachten gewoon zomer). Ik krijg van Victor een woordenboekje van 1 van de talen als geschenk. Na 145 kilometer varen komen we aan in Atalaya. Vanaf hier kunnen we weer fietsen, al zal de eerste 200 kilometer zonder asfalt zijn.

Categorieën: Verslag

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.